Gepost door: prretje | januari 29, 2012

Uitschuifpik

“Weet je nog?”, zeg ik tegen m’n 24-jarige neef.

“Dat ik vroeger blaadjes vol taaloefeningen voor je maakte, zodat je kon leren wanneer je, bij het vervoegen van de Nederlandse taal, een d of een t moest gebruiken en hoe je het voltooid deelwoord precies moest schrijven?”
“Hou maar op”, zucht-ie dramatisch, “ik kan nog nachtmerries krijgen van dat gedoe met ’t kofschip of ’t fokschaap.”

Het heeft anders wel geholpen, denk ik vergenoegd. Als enthousiast leraar van groep 8 van een basisschool doet hij nu zelf vreselijk z’n best om z’n leerlingen het verschil tussen sterke en zwakke werkwoorden bij te brengen.
“Alleen zijn dat fokschaap en dat kofschip nu vervangen door een andere term. Daar heb je toch zeker wel van gehoord?”, vraagt hij met een belerend stemmetje.
“Ik weet van niks”, antwoord ik verrast, “maar vertél…”.
“Ja”, gaat-ie onverstoord verder, “ik wist het zelf ook niet, maar een leerling vertelde het me. Het woord dat de jeugd van tegenwoordig aanspreekt bij het spellen van de verleden tijd van werkwoorden is: ……”
En als een ware quizmaster die een laatste vraag moet voorlezen vóórdat de kandidaat met een half miljoen op zak huiswaarts kan keren, laat hij eerst een gedragen stilte vallen, om daarna zijn stem naar een hysterisch, hoge toon te brengen: “Het woord dat het nú moet doen, íssss… UITSCHUIFPIK!”

En op dát moment besloot ik mijn eventuele kleinkinderen later elke d- en t-fout te laten maken die ze willen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: