Gepost door: prretje | maart 17, 2011

Saai, stoffig en duf

Gisteren kwam er een mailtje binnen van mijn 11-jarige nichtje. “Hoi lieve tante Irene, hier komen de vragen voor mijn werkstuk van topondernemers”. Elf vragen volgen. Over mijn werk en hoe ik met mijn werk omga.

Het imago van een bibliothecaris is niet om over naar huis te schrijven. Saai, stoffig en duf zijn termen die regelmatig voorkomen als er over mijn beroep wordt gesproken. Als dan zo’n jong meissie, geheel uit eigen wil, de focus op mijn professie wil richten, dan moet je dat serieus nemen. Heel serieus.

Met de meeste vragen heb ik geen enkel probleem. Ik sta meestal om kwart voor zeven op, ga vrijwel altijd met de fiets naar mijn werk, neem zelf mijn lunch mee, heb vergaderingen en ik doe veel op de computer. 
Maar er zijn ook een paar vragen die me meer kopzorgen opleveren. ‘Ga je, als je op je werk aankomt, meteen aan het werk, of ga je eerst nog even kletsen met je collega’s?’ Tsja, hoe leg ik uit dat ik me als leidinggevende meestal goed bewust ben van m’n voorbeeldfunctie maar dat ik het ook belangrijk vind om te weten hoe het met je collega’s is en wat ze bezighoudt? Dat ellenlange sessies bij koffieautomaten en met een krant in de hand niet plaatsvinden maar dat het kan voorkomen dat de pauze met een paar minuten wordt verlengd als je met iemand in gesprek bent. Niet roomser dan de paus maar wel met de nodige discipline. Snapt zo’n meissie dat?

Nog zo’n vraag: ‘Wat doe je eigenlijk?’ Natuurlijk kan ik keurig de taken uit mijn functiebeschrijving oplepelen maar dan weet ik zeker dat ze ‘saai, stoffig en duf’ zal denken. Ik kan ook een willekeurige opsomming maken van allerlei werkzaamheden die ik in de loop der tijd heb gedaan en die een wat levendiger indruk maken. Zou ze onder de indruk komen van dingen als: voorleeswedstrijd presenteren, lobbyen bij de politiek, over boeken vertellen in een tv-programma van de lokale omroep, een aquarium met vissen leeghalen en verkopen, muren verven, kasten afbreken, schoolklassen rondleiden, stukjes schrijven voor in de krant, boeken kopen, op m’n buik in het water liggen om een pomp te installeren na de zoveelste lekkage in een vestiging, schrijvers ontmoeten, om tafel zitten met ouders van roerige jongeren, cursussen volgen, een vlikobak met oud ijzer vullen, displayen, de website bijhouden, sponsors zoeken en vinden, door mul zand lopen met de inhoud van de strandbieb? 
Ik weet het niet.

Misschien zit het toch meer in het getal. ‘Weet je hoeveel boeken er in de bibliotheek zijn?’ Ja, dat weet ik en voor de zekerheid zal ik ’t maar naar boven afronden.

‘Heel erg veel kusjes terug, lief nichtje.’ Of is dat saai, stoffig en duf?

Advertenties

Responses

  1. Je had er rustig bij kunnen zeggen, dat lang niet iedere collega voldoet aan de (dis)kwalificatie “saai, stoffig en duf”!


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: