“Kom op”, zeg ik tegen de man die liever fietst dan wandelt. “Volgens mij is het een mooi rondje, niet te ver en ik trakteer op een lunch.”
Op naar de Reeuwijkse Plassen voor een loopje rond de plas Broekvelden. Het is nog grijs en een beetje nevelig en we besluiten eerst het Paviljoen Reeuwijkse Hout aan te doen voor een bakkie koffie en een sandwich/uitsmijter. Vanuit de serre van deze gezellige tent hebben we volledig uitzicht over het gekozen winterverblijf van tienduizenden eenden, ganzen, smienten, zwanen en futen.
Als het er buiten steeds lichter en aangenamer uitziet, breken we op en beginnen ons tochtje langs het surfstrand dat nu meer weg heeft van een hondenuitrenplaats. Maar zodra de keffers, bijters en blaffers achter ons zijn gelaten, wordt de rust heer en meester en is alleen het geroep van de vogels nog hoorbaar. Via Abessinië naar de Lecksdijk: met mooie doorkijkjes over de plas en stille weggetjes omzoomd door knotwilgen en wuivend riet.
Na een half uurtje zijn de twee rode ijsklompen die aan mijn lijf hangen, getransformeerd in twee warme handen. Dan over de Bosmankade en de Zoetendijk. De zon breekt door en maakt het plaatje nog mooier. Op de Oudeweg en Kooidijk lijkt het wel of er een blik vogelaars is opengetrokken. Sjouwend met enorme statieven en toeters van lenzen, is dit duidelijk het serieuzere werk en snel stop ik mijn kleine toestelletje in mijn jaszak.
Of ringslangen ook een winterslaap houden, weet ik eigenlijk niet maar ze zijn, behalve op het infobord, in geen velden of wegen te bekennen. Geeft niks, er zijn vogels genoeg die op deze middag de hoofdrol voor zich opeisen.
“Nou?”, zeg ik op de terugweg in de auto, “geef je het nog toe dat wandelen gewoon leuk is en dat ‘t lekker is om buiten te zijn?” Een zacht gesnurk klinkt op. Ik kijk opzij, zie een rozerig hoofd heen en weer knikken en trek voorzichtig m’n eigen conclusie: hij is in meerdere opzichten om.














